logo

Electrische Museumtramlijn
Amsterdam

lijn 30
home > collectie > NBM trams

NBM trams

De collectie NBM-trams is onderdeel van het Stichts Tram Museum, dat bij de museumlijn voorlopig onderdak vindt. Motorwagen NBM 20 en aanhangrijtuig 43 zijn sinds 2012 rijvaardig.
Daarnaast zijn er replica's in de maak van NBM-trams 12 en 55.

Motorwagen 20

20 in hoorn
NBM 20, in Hoorn, 1976 (foto: Ray Deacon)

In 1910 leverde de Firma Allan uit Rotterdam een viertal elektrische smalspoor tramwagens af aan de OSM onder de nummers 20-23, in crèmekleurige uitvoering en voorzien van een sleepbeugel (de z.g. beugeltrams). Deze wagens waren bedoeld voor de door de OSM geëxploiteerde lijn tussen Driebergen en Zeist (smalspoor), om daar de paardetram te vervangen.

In 1923/24 werden de trams overgeheveld naar de lijn Utrecht-Zeist, en daarvoor moest een verbouwing naar normaalspoor plaatsvinden. Tegelijkertijd is de sleepbeugel vervangen door drie trolleys.

Normaal reed de tram met één trolley, behalve op het traject langs het KNMI, omdat het KNMI bepaalde technische storingen ondervond in haar meetinstrumenten in het z.g. ′Aardmagnetisch Paviljoen′ door het rijden van de elektrische trams in de nabijheid. Die storingen konden worden verholpen door de retourstroom via een tweede bovenleidingdraad terug te laten lopen naar het onderstation, in plaats van door de rails (wat normaal het geval is bij trams en treinen).

Overigens werd de serie bij deze ombouw vernummerd van 20-23 tot 17-20. De huidige NBM 20 in ons museum was dus voorheen de OSM 23.

20

In 1927 gingen de trams in eigendom over naar de NBM, die ze in 1930 in haar bedrijfskleur (crême/olijfgroen) schilderde. De 20 werd in 1949 bij het beëindigen van het NBM trambedrijf verkocht naar Duitsland aan de KWRE (Kleinbahn Wesel-Rees-Emmerich). Na het staken van deze tramdienst in 1966 kwam de wagen via de Nederlandse Vereniging Railvervoer in De Meern terecht.

Na aankoop van de wagen door de Tramweg-Stichting vond deze in 1970 onderdak in Rotterdam en is in 1972 naar Hoorn overgebracht. Tenslotte belandde de wagen in 1978 in Amsterdam bij de museumtramlijn.
De Duitse aanpassingen aan de beide balkons zijn ongedaan gemaakt om de wagen het  karakteristieke NBM-uiterlijk terug te geven, namelijk een middendeur in het balkonscherm om overstappen naar de aanhangwagen mogelijk te maken.

Na een grondige restauratie is de NBM 20 in september 2012 in dienst genomen.

Het enige dat nog rest, is het vinden / maken van originele binnenverlichting-armaturen.

Aanhangrijtuig 43

43

De OSM kreeg in 1919 de beschikking over ex NCS rijtuig 43, gebouwd in 1915 door wagonfabriek Allan. In 1927 kwam het als gevolg van de liquidatie van de OSM te vallen onder de inboedel en exploitatie van de NBM. In mei 1949 staakte de NBM haar tramdiensten als gevolg van de verbussing. De 43 werd verkocht aan de KWRE in Duitsland; dit bedrijf sloot in 1966. Hierna kwam de wagen in 1967 eerst in Enschede, daarna in Haarlem en in 1968 bij de Stoomtram in Hoorn terecht.

De wagen heeft in Hoorn korte tijd dienst gedaan in de stoomtramdienst, maar verhuisde naar Amsterdam bij het onstaan van de museumtramlijn onder leiding van de Tramweg-Stichting.

De restauratie inspanningen zijn thans verlegd naar het NBM 55 aanhangrijtuig.

Over de NBM

De Ooster Stoomtram Maaschappij (OSM, opgericht in mei 1882), bezat materieel en lijnen op de Utrechtse Heuvelrug (Rhenen-Wageningen-Oosterbeek-Arnhem, Utrecht-Zeist, Driebergen-Zeist) en liquideerde in 1927, waarbij de lijnen en het materieel overgingen in eigendom van de NBM.

De Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij werd opgericht op 14 december 1900, als aparte (zelfstandige) ondernemening van de Nederlandse Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS). In feite was dit een soort van holdingmaatschappij, die tot doel had om te investeren in het openbaar vervoer (en daarmee geld te verdienen) en een relatieve nieuwkomer op het gebied van openbaar vervoer.

De NBM deed haar intrede op een moment in de geschiedenis, dat elektrische tractie een aantrekkelijk alternatief begon te vormen voor de dan nog bestaande paarden- en stoomtractie.

De exploitatie van de NBM ging later over in Centraal Nederland, thans Connexxion.

terug naar collectie