logo

Electrische Museumtramlijn
Amsterdam

lijn 30
home > collectie > Gemeentetram Groningen

Gemeentetram Groningen

grote markt
Het knooppunt van het tramnet lag tussen 1906 en 1926 aan de zuidkant van de Grote Markt

Groningen had als enige Nederlandse gemeentetram een metersporig net. De Groninger paardentram was een jaar of vijfentwintig actief, maar heeft nooit echt gefloreerd. In 1906 nam de gemeente de concessie over en legde een elektrisch net aan.

Het materieel bestond uit kleine groene tweeassige trams. De lijnen kwamen samen op de Grote Markt. Tot 1926 had het net veel enkelspoor; een aantal lijnen liep door smalle en bochtige straatjes. Twee bruggen waren erg smal. Ze liggen er nu nog net zo. Het is moeilijk voor te stellen, dat daar ooit trams passeerden.

In 1915 droeg de gemeente Haren het dorp Helpman over aan Groningen, waardoor de stad zuidwaarts kon uitbreiden. Als tegenprestatie zou de Gemeentetram Groningen een lijn aanleggen van de stad naar Haren. De Eerste Wereldoorlog vertraagde verwerkelijking van de plannen, maar in 1921 werd de lijn in dienst gesteld, en wel over een langer traject dan oorspronkelijk de bedoeling was: tot aan station Glimmen.

De GTG bestelde voor de lijn een aangepaste versie van de serie 250-279 van de HTM. Ze werden genummerd 36-42 (motorwagens) en 43-48 (bijwagens). In overeenstemming met de voorschriften voor interlokale trams kregen ze twee koplampen en werden ze verwarmd. De truck was uiteraard aangepast voor meterspoor, en in plaats van de Haagse zwikbeugel kregen de Groninger ′buitenlijners′ de in Groningen gangbare Siemens-klapbeugel als stroomafnemer. Evenals hun Haagse voorbeelden werden de trams gebouwd bij HAWA in Hannover. De overeenkomst ging zo ver, dat de Groninger interlokale trams de Haagse crème kleur kregen. Zo kon je ze meteen onderscheiden van de groene stadstrams.

In 1926 werd het tramnet volledig omgegooid. Sommige lijnen werden vervangen door een trolleybus, er kwam een heel andere lijn naar het Hoofdstation, het knooppunt verhuisde van de zuidkant van de Grote Markt naar de noordkant, en de sporen kregen een betonnen fundament.

In 1939 werd op last van Rijkswaterstaat de lijn naar Haren en Glimmen opgeheven; men zag de tram als een belemmering voor het autoverkeer. De gemeente Groningen was het met deze maatregel niet eens. Men vond het onverstandig om, terwijl elk moment een oorlog kon uitbreken, zich afhankelijk te maken van bussen. De gemeente liet de rails tot aan de gemeentegrens met Haren daarom rustig liggen. Toen de oorlog inderdaad was uitgebroken, had de stad nog goed openbaar vervoer met trams, terwijl Haren zich moest behelpen met bussen, die vaak gevorderd werden, en die door het brandstoftekort vaak waren aangewezen op gasgeneratoren.

Na de oorlog bleef de tram nog een paar jaar rijden, maar in december 1949 was het afgelopen. De resterende lijn Helpman-Grote Markt-Noorderstation, met een zijtak naar het Hoofdstation, werd vervangen door een trolleybus.

gtg 41
Staatsieportret van interlokale tram GTG 41 bij de Emmastraat, 1922

De tweede GTG 41

De HTM voerde eind jaren zeventig een aantal pekelwagens af, die verbouwd waren uit trams van de serie 250-279 – de serie die het voorbeeld was voor de interlokale trams naar Glimmen.
We moeten wel zeggen, dat deze HTM-trams in de loop van de jaren ingrijpend waren gewijzigd. Er was een volledig nieuwe truck van BN onder gezet; nieuwe Crompton-motoren leverden tweemaal zoveel vermogen als de oude, en de oude sleepringschakelkasten waren vervangen door nokkenkasten. In veel opzichten hadden de 250′ers zich daarmee verwijderd van de Groninger interlokale trams. En natuurlijk was bij de daarop volgende verbouwing tot pekeltram ook het een en ander gewijzigd: zo was vrijwel het hele interieur verdwenen.

Het was dus een hele klus om een van deze trams te verbouwen tot Groninger buitenlijner, maar de goede wil was er. Het 75-jarig bestaan van het Gemeente Vervoerbedrijf Groningen, de voormalige Gemeentetram Groningen, vormde de aanleiding om een tastbare herinnering in het leven te roepen aan de trams die ooit in (en bij) de Martinistad hadden rondgereden.

In 1980 begon een ploeg Groninger buschauffeurs aan deze schone taak. HTM-pekelwagen H16, de vroegere 267, werd in de oude tramremise Akkerstraat - toen de busremise - voorzien van interieur, nieuw koperwerk en nog veel andere zaken, en op die manier verbouwd tot Groninger buitenlijner 41. Bij het jubileum in maart 1981 stond de wagen onder de Martinitoren en trok veel belangstelling. De tram werd vervolgens in Den Haag technisch in orde gebracht en kwam op de museumtramlijn te rijden. In de jaren rond 1990 vond een verdere opknapbeurt plaats, waarbij de tram o.a. nog meer in Groninger staat gebracht is. Sindsdien is de ′tweede′ GTG 41 een vaste verschijning op onze lijn.

terug naar collectie